Ook op de Economische Intensive Care moeten we een goed gesprek over eindigheid voeren. Wat we kunnen leren van de zorg.05-05-2020

Wij zijn in Nederland trots op het goede gesprek. Geconfronteerd met ernstige ziekte is doorvechten tot het onvermijdelijke einde niet vanzelfsprekend. Integendeel,  het is aanleiding voor een waardige afweging.

De Amerikaanse arts Atul Gawande vatte de inzet voor dat gesprek ooit treffend samen in zijn klassieker Being Mortal. Het draait om de vragen:
1. Wat wil je in dit leven nog meemaken?
2. En wat wil je in dit leven zeker niet meer meemaken?

Het is een open gesprek over sterfelijkheid en zingeving. Heel vaak gaat dat gesprek niet alleen over wat de sterfelijke zelf wil, maar ook over wat hij of zij nog wil betekenen voor een ander. En dus over de consequenties van een beslissing voor een ander.

Economische beslissers en beleidsmakers kunnen er nog wat van leren. Terwijl de grote bedrijven en dominante sectoren hun forse claims indienen - vaak onderbouwd met duiding van hun systemisch belang en/of het grote aantal werknemers - blijft het goede gesprek achterwege. Deze sectoren en bedrijven mogen niet dood want dat doet te veel pijn. Bovendien er valt er wat te halen en dat willen ze hebben. En dat is vanuit het oogpunt van het systeem dat daarvoor een prijs moet betalen onvoldoende onderbouwing voor het geven van steun. 

Bedrijfssteun is Economische Intensive Care: net als in het ziekenhuis is de capaciteit beperkt. Er is ook een belangrijk verschil. De Economische Intensive Care is er niet voor de patiënt – die is er voor ons. De samenleving, of het economisch systeem zo u wil. Het goede gesprek met een sector of bedrijf gaat niet over het bedrijf. Het gaat over wat wij willen als samenleving. En wat we niet meer willen meemaken.

Wat willen we écht van sectoren en bedrijven? En wat willen zij van ons? De uitkomsten van die afweging hoeft niet altijd te leiden tot levensverlengend handelen. Palliatieve zorg is een optie. Of gewoon aan hun lot overlaten, dat mag ook. Al bij de eerste grote steunaanvragen verzuchtte een columnist in NRC: ‘Is er één bedrijf denkbaar dat zo volslagen overbodig is?’ (En ja, dat ging over Booking.com)

Het goede gesprek met een sector of bedrijf gaat niet over het bedrijf, maar over onze prioriteiten als samenleving. Bedrijven en sectoren hebben geen recht op het eeuwige leven.

Die vraag vergeten we ons steeds weer te stellen. Zonder ons druk te maken over de vraag of de toegang tot de Economische IC sowieso aan de orde moet zijn schieten we snel naar concrete voorwaarden voor bedrijfssteun. Die vliegen ons om de oren. Wie steun wil moet van alles:
- bedrijfsprocessen verduurzamen.
- geen bonussen meer uitkeren.
- een inclusiever beleid voeren aan de top of op de werkvloer.
- netjes belastingen betalen.
- de veiligheid van werknemers en omwonenden garanderen.
- cruciale productiecapaciteit in ons land handhaven.
- krimpen.
- zich de komende jaren beter voorbereiden op nieuwe schokken.

Dat is het verkeerde gesprek. Waarom zouden we die voorwaarden opleggen aan bedrijven als ze er in normale tijden niet aan willen voldoen? Bedrijven en sectoren hebben geen recht op het eeuwige leven. Onze focus op de voorwaarden voor steun gaat voor voorbij aan de fundamentele vraag of die steun sowieso gerechtvaardigd is – niet vanuit het perspectief van het bedrijf maar van ons, de samenleving en ons economisch systeem.

Hebben we u nog wel nodig? Is helder wat de bedoeling is? En bent u echt de enige die deze rol voor ons kan spelen?

Is het antwoord bevestigend? Dan hebben we het daarna wel over de voorwaarden. 
 

Deel dit artikel

Nieuwe artikelen in je mailbox?

Meld je aan voor de nieuwsbrief
« Vorige | Terug |