Dankzij de Noodrem zijn we meer dan ooit systeembewust. Maar systeemcompetentie lijkt soms verder weg dan ooit.12-06-2020

Dankzij drie opeenvolgende crises en het publieke debat over de Noodrem zijn we nu, met z'n allen, systeembewuster dan ooit. Dat stemt hoopvol. Maar: zou het ook leiden tot fundamenteel betere keuzes? Leidt collectief systeembewustzijn ook tot systeemcompetentie? Isaac Asimov dacht in 1941 al van niet. En de systeemblindheid van Klaas Knot toont aan dat we nog veel te leren hebben.

Als economen het echt zo goed wisten, zouden ze niet allemaal een baan hebben, schijnt Warren Buffett eens opgemerkt te hebben. Hij had het natuurlijk over ook over historici kunnen hebben, of over sociologen, bestuurskundigen, psychologen, strategie adviseurs en marketeers. Ze zijn allemaal systeembewust. Ze weten dat de fenomenen die ze proberen te ontraadselen voortvloeien uit krachten en interacties, die het menselijk begrip te boven gaan. Ondanks dat besef denken ze toch altijd weer te weten hoe het nu verder moet. En dat recept past tegenwoordig meestal in 280 tekens, een kop op de opiniepagina of 15 minuten TED-talk, waarbij het altijd gaat om de oplossing maar zelden over het feit dat we de consequenties van die oplossing nauwelijks overzien. Of dat nou een kwestie van bewonderenswaardige dapperheid, moedwillige blindheid of verbijsterende hoogmoed is, laat ik hier even in het midden.

Hoe komen we van systeembewustzijn tot systeemcompetentie?

De Amerikaanse science fiction schrijver Isaac Asimov doet dat niet. Hij was een rasoptimist, maar vermoedde dat mensen het niet zouden redden met louter bewustzijn en kennis van het systeem.  In 1941 vestigde hij in één klap zijn reputatie met zijn legendarische novelle Nightfall, en maant hij ons met een prachtige SP parabel tot bescheidenheid. 

Nightfall neemt ons mee naar Lagash, een planeet waar het dankzij zes zonnen nooit nacht wordt. Op Lagash leven de mensen met een verschrikkelijk raadsel: elke tweeduizend jaar eindigt de beschaving, storten alle systemen onomkeerbaar in, gaat de samenleving in vlammen op. Wetenschappers ontdekken dat dit samenvalt met een raadselachtig hemellichaam dat eens in de twee millennia een zesvoudige zonsverduistering veroorzaakt. Nightfall! De wetenschappers zijn ervan overtuigd dat ze zich met dit inzicht kunnen voorbereiden. Het is de duisternis die mensen gek maakt. Nu kunnen ze zich voorbereiden op de blijkbaar dramatische gevolgen van dit moment. Maar waar ze zich niet op hebben voorbereid, waar niemand op zich kón voorbereiden, was de sterrennacht. Als de nacht valt wordt het juist níet donker. Voor het eerst zien ze het uitspansel, een nachtelijke hemel met een overweldigende sterrendeken. Ze zien zich geconfronteerd met een oneindig universum dat het eeuwige daglicht al die tijd voor ze verborgen hield. Het is dit acute besef van de eigen nietigheid die de mensen steeds weer, ook dit keer, ook de wetenschappers, hun zekerheden ontneemt en tot waanzin brengt.

Isaac Asimovs Nightfall werd in 1964, 23 jaar na publicatie, door collega schrijvers verkozen tot het beste SF-verhaal 'ooit'. Het is een klassieker, waarvan de originele tekst hier is te lezen. Het enorme succes bracht veelschrijver Asimov (meer dan 500 boeken) er helaas toe er ook een romanversie met verschillende vervolgen te schrijven.

Je zou kunnen zeggen dat de inwoners van Lagash systeembewust zijn, maar dat het ze niet helpt om systeembekwaam te worden. Het valt ze nauwelijks te verwijten. In het licht van zes zonnen was er nooit het vermoeden van een uitgestrekt universum geweest. Ze weten wat er gebeurt, maar ze gaan nog steeds in paniek ten onder mét alle zekerheden waar ze hun bestaan op hadden gebouwd.

Het virus Covid-19 is geen cataclysme. Maar dat is de fictieve zonsverduistering op Lagash ook niet. De problemen ontstaan door de reactie op de disruptie. Drie keer deze eeuw, in 2001, 2008 en 2020, vangen we een glimps op van de sterrennacht en merken we hoe kwetsbaar ons systeem is, hoe een relatief kleine verstoring het kaartenhuis aan het wankelen brengt. En toch brengt dat systeeminzicht ons niet tot keuzes om het systeem te vereenvoudigen.

Gisteren adviseerde de directeur van de Nederlandse Bank, Klaas Knot, om de fout die we na 2008 maakten niet te herhalen: de kosten van de Noodrem hoeven we niet in vijf jaar terug te betalen. Dat is waarschijnlijk een goed advies; van de visieloze austerity na 2008 is niemand beter geworden. Maar de diepere onderbouwing van dit advies is curieus, om niet te zeggen systeemblind. Voor hem komt de crisis ‘van buiten’. Het is een crisis met een medische oorzaak. En ondanks het feit dat hij geen viroloog of epidemioloog is weet hij toch: ‘een schok als Covid 19 overkomt je eens in de honderd jaar’, want de Spaanse griep was ook een eeuw geleden. Met instemming herhaalde hij de vergeljking van het virus met een meteorietinslag. Aldus de directeur van onze Nederlandse Bank, een van die economen waar Warren Buffett op doelde.

Ondanks het verstandige advies, verraadt de hele redenering van Klaas Knot systeemblindheid. Want: 
- De kosten hebben niet te maken door Covid maar vloeien voort uit de consequenties van de Noodrem.
- De kosten van de Noodrem vloeien niet voort uit de aard van de verstoring maar uit de aard van onze maatregelen.
- De consequenties van dit monetaire noodverband voor de responsiviteit van het systeem op lange termijn  en dus voor de kosten van een volgende Noodrem blijven buiten beschouwing.

Wat zien wij als de nacht valt? Als Covid-19 slechts onze laatste waarschuwing is, hoe ziet een echte crisis er dan uit?

Je hoort mij niet zeggen dat een terugkeer van Austerity een goed idee is. Integendeel. Maar het is jammer dat we met ons verse systeeminzicht niet veel verder komen dan een keuze tussen ‘op een houtje bijten’ of ‘op de pof verder ploeteren’. Er zijn blijkbaar geen doordachte alternatieven beschikbaar. We zijn systeembewust, maar niet systeemcompetent. We komen niet verder dan het in stand houden en nóg complexer en instabieler maken van het systeem dat ons tot hier gebracht heeft. Onze grootste kwetsbaarheid schuilt in onze vasthoudendheid: we laten ons onze zekerheden niet afnemen. We weigeren onder ogen te zien dat bepaalde verworvenheden van dit systeem slechts in stand zijn te houden ten koste van enorme risico's voor de samenhang van onze samenleving en leefbaarheid van de omgeving. De huidige hyper-connectiviteit levert op korte termijn veel (schijn)welvaart op, maar het systeem ook uiterst instabiel maakt.

Hoe komen we dan van systeeminzicht naar systeemcompetentie?

Dat begint in ieder geval met loslaten: even geen pleisters plakken, snelle reparaties en micromanagement. Die maken het systeem vaak nog complexer, nog instabieler. Er is respect, misschien wel ontzag voor een systeem dat zich onttrekt aan onze controle en dwang. Om het systeem te begrijpen wisselen we in ons denken en analyseren steeds van perspectief. Al was het alleen maar om onszelf er steeds aan te herinneren dat we zelf onderdeel zijn van het systeem. Zo herkennen we de natuurwetten, die het systeem regeren. We accepteren dat het systeem ook eigenschappen heeft die ons niet bevallen en die we niet naar believen kunnen veranderen. We kunnen het systeem wel beïnvloeden, de dynamiek benutten, maar in het besef dat de diepe resultaten van ons handelen onvoorspelbaar en soms zelfs onzichtbaar blijven.

Systeemcompetent denken en handelen legt een directe relatie tussen de korte en de lange termijn, maar besteedt relatief weinig aandacht aan de middellange termijn. We weigeren de illusie van de gedetailleerde meerjarenplanningen en besteden liever aandacht aan het ontwikkelen van opties die ons kunnen helpen in tijden van onzekerheid. We zijn altijd alert: de volatiliteit van de omgeving dwingt daartoe.

Systeemcompetentie is gericht op actie. We laten ons niet verlammen. Inspirerende vergezichten geven richting maar we organiseren besluitvaardigheid voor onszelf en in onze eigen organisaties. We durven te handelen zonder zeker te weten, gekaderd door de systeemvisie voor de lange termijn. En terwijl we navigeren op de golven van onze volatiele werkelijkheid proberen we ons het onvoorstelbare voor te stellen: wat zouden wij zien als de nacht valt? Wat als Covid-19 onze laatste waarschuwing zou zijn, hoe zou een echte crisis er dan uit zien?


 

Deel dit artikel

Nieuwe artikelen in je mailbox?

Meld je aan voor de nieuwsbrief
« Vorige | Terug | Volgende »